Geweldig boek. Michelle schrijft vanuit een enomre compassie voor dak en thuislozen. Ze neemt deze mensen uitermate serieus en denkt niet voor ze. De vragen die ze hebben, probeert ze te beantwoorden en in hun noden, die ze zelf melden, wil ze voorzien zonder zelf te bedenken wat die noden zijn. Daarnaast heeft ze goed in de gaten waardoor de noden ontstaan zijn in ons land en waar de zorg tekort schiet. Dat maakt haar niet bitter of cynisch maar ze richt naar energie op concreet helpen en daar ook de middelen voor bij elkaar te krijgen. Voor mij een voorbeeld voor ons diaconale werk in Den Bosch. We willen ‘helpen waar geen helper is’ zonder voorwaarden en als een instantie niet kan of wil helpen, stappen we in. Het boek helpt me om de focus op die nood te houden en wat we daaraan kunnen bijdragen.
De term domheid vind ik niet de essentie raken. Het gaat veel meer om framing. Onder framing versta ik een theorie ontwerpen en vervolgens alles wat iemand tegenkomt in dit frame plaatsen. Het frame knelt geregeld maar daar wordt dan aan voorbij gegaan. Zo framet rechts alles in hun wereldbeeld en dat noemt Sander dan dom. Links heeft evengoed een wereldbeeld extreem links wordt door extreem rechts woke genoemd en dat linkse wereldbeeld is evengoed en frame waarbinnen alles gerangschikt wordt. Als er eenmaal geframed wordt dan loop je steeds verder in je je eigen bubbel/frame. Ik heb met beide extremen veel moeite: . Rechts extreem: een sterke overtuiging dat er basiswaarden zijn en dat er een identiteit is die vast is per land. Deze waarden en identiteit komen van vroeger en daar wil men aan vasthouden. Er is een sterke man (meestal AfD heeft een vrouw) nodig die veel macht moet krijgen om de oude waarden te herstellen en de identiteit bewaakt door immigratie tegen te gaan. Groot gevaar: discriminatie en machtsmisbruik. Geen aandacht voor minderheden. . Links extreem: een sterke overtuiging dat ieder mens gelijk is en dat door het democratisch proces een rechtvardige samenleving ontstaat. Groot gevaar: mensen worden gedwongen naar diversiteit boven identiteit; relativisme waardoor geen goed of fout meer bestaat en waarden en normen niet meer bestaan.
De wereld wordt in deze twee extremen verdeeld,die steeds hun eigen gelijk bevestigen. Het ingewikkelde van het leven is dat de nuance nodig is en dat we voorkomen in extremen te verzanden maar aandacht voor elkaar hebben.
Bregman zet zijn verhaal helaas negatief in, dat vind ik jammer. Als mensen werken op de Zuid as voor een bank of consultancy bedrijf wil dat niet zeggen dat het waardeloze jobs zijn. De welvaart in onze maatschappij is mede door dit soort bedrijven tot stand gekomen. Zijn verhaal heeft deze negatieve insteek ook helemaal niet nodig. Waarom niet morele ambitie gewoon positief geformuleerd als uitdaging in het leven. De morele ambitie kan toch zeker ook naast de maatschappelijke carrière en het geld verdienen staan? Mijn persoonlijke ervaring is dat dit zeker mogelijk is zowel in je carriere als in je vrije tijd daarnaast. Een voorbeeld is Bill Gates die zijn tijd en energie volledig in Microsoft investeerde in de eerste fase van zijn leven en later met zijn foundation de strijd tegen malaria groots kon aanpakken. Bregman noemt dit voorbeeld zelf ook. Dit gezegd zijnde is morele ambitie wat mij betreft ook belangrijk. Dit kan groots en meeslepend zijn zoals de voorbeelden die in het boek genoemd worden maar ook veel kleiner. Het gaat er wat mij betreft om dat je morele ambitie hebt als mens en zoekt naar een bij jezelf passende manier om hiermee aan de slag te gaan. Een lage actiedrempel is daarbij inderdaad belangrijk en je ergens bij aansluiten ook. Het boek zet mensen ertoe aan om in beweging te komen voor morele issues en dat is goed en belangrijk. Bregman heeft weinig twijfel over wat goed en fout is en welke morele ambitie deugt en welke niet. Daaar is echter nogal wat discussie over in de wereld, dat had wat mij betreft ook wel wat aandacht mogen krijgen; het milieu issue is daar een goed voorbeeld van, te gemakkelijk wordt vanuit links de rechtse positie belachelijk gemaakt.
De rede wordt gebaseerd op logica regels. Deze regels leiden naar redeneringen die basis voor waarheidsvinding is. Echter de logica regels vertonen tegenstrijdigheden en dat is dan gevaarlijk voor waarheidsvinding. Dit betekent dat we niet volledig op de rede en de logica kunnen vertrouwen. Een tweetal voorbeelden:
1. De verzamelingenleer, Russels paradox.
In de wiskunde werden vaak stellingen geformuleerd en bewezen die uitspraken over eigenschappen van zaken deden, zonder precies te definiëren voor welke zaken die uitspraken golden. Cantor ontdekte dat theorieën over wiskundige bewerkingen aan duidelijkheid wonnen, door te spreken van “de verzameling van zaken waarvoor een stelling geldt”. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om de verzameling van gehele getallen of de verzameling van rationele getallen. Zo kan voor de verzameling van gehele getallen gezegd worden, dat 11 niet gedeeld kan worden door 4, omdat dan een rest overblijft (bron Wikipedia).
De paradox van Russel, ook wel het kappersprobleem genoemd. In een dorp woont kapper Hans die alleen die mannen uit het dorp scheert die zichzelf niet scheren. Wie scheert kapper Hans? Het is duidelijk dat er twee mogelijkheden zijn: kapper Hans scheert zichzelf of hij scheert zichzelf niet. Als hij zichzelf scheert dan scheert de kapper hem niet, maar hij zelf is de kapper, dus hij kan zichzelf niet scheren. Aan de andere kant, als hij zichzelf niet scheert dan moet hij, de kapper, zichzelf toch scheren. We zien dat geen van de mogelijkheden mogelijk is, we krijgen een paradox.
Meer algemeen kan er geen verzameling van alle verzamelingen bestaan, als die er was zou die zichzelf bevatten. Als je dan een verzameling bouwt van verzamelingen die zichzelf niet bevatte ontstaat de paradox. De verzamelingenleer als basis van de wiskunde vertoont dus een belangrijke lacune. Allerlei oplossingen zijn hiervoor verzonnen maar het punt is duidelijk: de manier waarop we redeneren is in zichzelf een risico voor het trekken van conclusies.
2. Kennissystemen, de stellingen van Gödel.
En de stelling van Gödel. Hij toonde de onvolledigheid van kennissystemen aan. Dat betekent dat iets niet volledig beschreven kan worden. De stelling is heel algemeen: ze zegt niet slechts dat bepaalde axiomatiseringen van de rekenkunde incompleet (of incorrect) zijn, maar dat alle axiomatiseringen dat zijn. Vollediger geformuleerd: In 1931 bewees de Oostenrijkse logicus Kurt Gödel dat er voor ieder axiomastelsel dat voldoende is om de rekenkunde te axiomatiseren altijd op zijjn minst één welgevormde formule zal bestaan die in het systeem niet beslisbaar is, hoewel we op andere gronden kunnen inzien dat zij waar is. Hij toonde ook aan dat de consistentie van een stelsel niet binnen het stelsel kan worden bewezen. Dit zijn de respectievelijk eerste en tweede onvolledigheidsstelling: beide worden stelling van Gödel genoemd.(E. Nagel en J.R. Newman, Gödel’s Proof 1959 {De stelling van Gödel, 1975) die aantoonbaar logisch aantoont dat denkmodellen per definitie onvolledig zijn.
Filosofie voor beginners heeft een prikkelende inhoudsopgave. Tom Morris geeft een mooi overzicht van het vakgebied. In het deel over ‘hoe we kunnen kennen’ komt hij zoals vaak in filosofische verhandelingen op het scepticisme. Een scepticus vraagt ons waarom we een overtuiging hebben en waarom we eraan vastgouden. De conclusie is dat er geen bewijsstuk is voor onze overtuigingen. We weten niet of onze waarnemingen of ons geheugen kloppen. Hoe weten we dat ons leven realiteit of een droom is, dat is niet te bewijzen. Echter zonder geloof dat woorden een betekenis hebben kan de scepticus zijn vraag niet eens formuleren. Geloof is onvermijdelijk in het menselijk leven en het is rationeel. De sceptici leren ons dat de rationaliteit van onze overtuigingen niet op bewijzen berust. We kunnen onze fundamentele overtuigingen ook zonder bewijzen handhaven. Noot: ik voel me zelf dan ook meer thuis bij de redenering van GE Moore die zich meer op het gezonde verstand baseert en de volgende redenering heeft tegen het scepticisme:
Als het scepticisme waar is hebben we geen kennis van de externe wereld
Maar we hebben wel kennis van de externe wereld (je lichaam, je handen)
Daarom is scepticisme onjuist.
Uiteindelijk werkt Morris richting de theologie, hij is ook theoloog en filosoof en hij claimt vind ik wel veel zeker te weten, echt bescheiden is hij niet. Wordt vervolgd.
Het boek is een eye opener en helpt om een objectief beeld over migratie te vormen
Hein de Haas gives a fact based insight in migration based on the many myths that live over this topic. He reckons with the following myths. In order to keep track of the research and facts for myself I present a brief overview as per myth since I want to discuss on subjects from a fact base instead of opinions and feelongs. This book really helps for such an attitude. For me it meant that I understood that my opinion was formed not by the facts but by prejudices and what I considered logical. In that sense the book is an eye opener for me. Full report on Goodreads: Peter A. van Tiburg
Onlangs heb ik me verdiept in Heidegger, Heidegger maakt onderscheid tussen verklarend en voorstellend denken en wat hij noemt het ‘andenkende Denken’. De eerste vorm van denken tracht verbanden vast te stellen tussen de zijnden onderling, het hele huidige Westerse denken en het wetenschappelijke denken, denkt op deze wijze. Hierbij wordt niet stil gestaan bij het feit dat het zijnde ‘is’, het zijn van het zijnde. Als men de zijns vraag wil stellen moet men weg van dit denken naar een ander denken wat Heidegger het ‘andekende Denken’ noemt. Dat noemt hij het echte denken. Omdat bij dit echte denken het gevaar steeds dreigt om weer te vervallen in het verklarende denken ontwikkelt Heidegger ook een eigen begrippenkader wat hem zo moeilijk te begrijpen maakt. Storig (geschiedenis van de filosofie) schrijft naar aanleiding van Heidegger’s denken op dit gebied:’ in de wetenschap ligt de tendens het eigen handelen en de eigen werkwijze belangrijker te vinden dan het domein van het object zelf’. Ijsseling zegt het in zijn boek over Heidegger zo: wanneer men het zijn in zijn zijn wil begrijpen, schiet het verklarende denken wezenlijk tekort. (Blz 132). Het echte filosoferen gaat over het zijn en niet over het ene zijnde uit het andere afleiden. Je kunt namelijk niet los komen van je denken oftewel het zijn loskoppelen van het zijnde. Als je dit leest dan kom je bijna automatisch bij de kwantumfysica terecht. Zo kom je vanuit het verklarende denken terecht bij het andenkende denken waarin het om de persoonlijke ervaring en waarneming gaat. Mens zijn is bestaan oftewel in de wereld zijn. We kunnen dit bestaan waarderen of afwijzen, dit ervaren noemt Heidegger de ‘Befindlichkeit’. Zoiets van je ervaart de wereld. Het andenkende Denken is dan het zich verwonderende en vragende verwijlen, het herdenkende denken, het niet grijpende maar ontvangende vernemen (blz 72). Het is aandacht schenken aan het meest oorspronkelijk gebeuren geheel open voor het geheim, bereid te ontvangen, geheel en al oor, luisterend naar de oudste boodschap die op ons toekomt. Heidegger zoekt dan ook aansluting bij de kunst en cultuur . Heidegger volgt ook Kant die inzag dat inzicht en denken niet los staat van de mens die denkt. Bijzonder dat de kwantumfysica uiteindelijk ook op dit punt komt. Ik heb fysici zien beweren dat de filosofie klaar is vanwege de nieuwe kwantumfysica maar je kunt ook zeggen dat de filosfie vele jaren voorligt op de fysica.
Het hellend vlak van christen naar atheïst werd in de USA in 1922 op bovenstaande wijze weergegeven. Deze discussie is in de USA nog zeer actueel. Het lijkt op òf neer. Je wordt door zo’n afbeelding in een frame gedwongen, zoals dat tegenwoordig heet. Ik heb dat lange tijd ook zo gevoeld maar kom steeds meer tot de conclusie dat het niet op of neer is. Door te studeren, te lezen, te denken en te leven ontdek ik steeds meer. Zo heb ik ontdekt dat het bestaan van God voor mij zeer logisch is en ik mag hem ook ervaren in mijn leven. Tegelijk ontdek ik ook dat de bijbel niet onfeilbaar is. Dit is niet het hellend vlak maar een groei in begrip. Mooi toch?
De epistemologie is de wetenschap van de kennis. Volgens Pojman (‘what can we know?’) is waarheid een belangrijke voorwaarde voor kennis want wat stelt het eigenlijk voor als je denkt iets te weten en dat blijkt niet waar te zijn ? Het begrip waarheid is in de filosofie, weer volgens Pojman, op een drietal manieren benadert:
De waarheid hangt af van iets objectiefs buiten onszelf. Er is een propositie (stelling, bewering) en er zijn feiten of omstandigheden die deze bevestigen of verifiëren. Dit is waarschijnlijk de oudste waarheidstheorie en die gaat terug tot Plato. Dit wordt ook wel de correspondentietheorie genoemd, de waarheid ‘correspondeert’ met de feiten.
Een stelling of bewering is juist als deze past in een systeem van overige stellingen of beweringen. Dit wordt de coherentie theorie genoemd, als een systeem consistent is dan zijn alle beweingen, die binnen dat systeem passen, waar.
Een geloof of een mening is waar als het nuttig is of van pas komt. Dit noemen we de pragmatische theorie. Bijvoorbeeld als iets ons blij maakt is het waar of als ìk God ervaar, bestaat Hij.
Over alle drie de theorieën kun je opmerkingen maken. Voor de eerste theorie is de vraag wat een feit eigenlijk is en bestaat er wel iets objectiefs buiten jezelf? De tweede theorie heeft als bezwaar dat er meerdere systemen naast elkaar zouden kunnen bestaan die elkaar zelfs mogelijk uitsluiten, iets kan passen in het ene en niet in het andere systeem. Tenslotte is de laatste theorie wel erg individueel en deze leidt naar een wel erg ruim waarheidsbegrip. Toch is deze laatste, denk ik, populairder dan je zou denken. Vaak hoor je namelijk de opmerking ‘religie is waar voor mij maar hoeft dat voor jou niet te zijn’ of wat sterker ‘God bestaat voor jou dan maar dat hoeft voor mij niet zo te zijn’.
ikzelf ben aanhanger van het eerste waarheidsbegrip maar merk dat je het jezelf niet altijd makkelijk maakt daarmee. Je moet op zoek naar de feiten en je daar een mening over vormen. De basis is dat ik ervan uitga dat de objectieve waarheid wel degelijk bestaat maar dat het niet eenvoudig is deze te leren kennen. Waar sta jij?
Je hoort vaak de opmerking ‘het heeft zo moeten zijn’; ‘alles heeft een reden’. Dit lijkt nogal voor de hand te liggen. Als je een dobbelsteen gooit en je weet precies hoe je deze vast houdt en met welke kracht je gooit en waar deze terecht komt en welke kracht erop werkt dan ligt de uitkomst precies vast. Er is geen toeval in het spel. Maar geldt dit voor alle gebeurtenissen ? Sommigen zeggen van wel. Een voorbeeld is dat ons handelen voortkomt uit de actieve stoffen in ons brein. Als je een misdadiger bent heb je een bepaalde hersensamenstelling die dit veroorzaakt. Het is geen toeval dat de misdadiger zo handelt, het ligt aan de conditie van diens brein en de stoffen die daar actief zijn. Er is dan ook geen verantwoordelijkheid voor daden want die zijn een gevolg daarvan. Straf heeft dan ook geen zin, wel behandeling van de hersenen om de gewenste daden te veroorzaken.
In de natuurkunde is men lang uitgegaan van het feit dat alle processen oorzakelijk waren en dat er geen toeval was. Er was determinisme, als je de wetmatigheid kent dan ligt de uitkomst van een proces vast. Dit veranderde toen Max Planck ontdekte dat licht uit deeltjes (Newton) bestond maar ook een golf (Huijgens) was. Einstein noemde de deeltjes fotonen. Vervolgens ontdekte men dat in experimenten niet te voorspellen was waar een deeltje zich bevond en met welke snelheid het zich voort bewoog (het zgn. onzekerheidsprincipe van Heisenberg). Einstein snapte meteen dat dit de keten van oorzaak – gevolg doorbrak en ageerde hiertegen maar kon dit niet onderuit halen. Toeval – een kans functie bleek wel degelijk te bestaan. Deze ontdekkingen zijn later door velen bevestigd. Opmerkelijk toch ?
Voor mij betekent dit dat de wetenschap erachter komt dat determinisme niet bestaat, dit bevestigt iets wat je intuïtief al denkt. Je eigen keuzes doen ertoe, je hebt een vrije wil. Het is dus niet zo dat alles met een reden gebeurt sommige dingen gebeuren zonder oorzaak. Wel bevrijdend dit denken toch?